Verkiezingen

 

We mogen binnenkort naar de stembus voor de verkiezingen voor de Tweede Kamer. De hoogmis van onze democratie. De staatsvorm die we zo koesteren. Hoe vaak nemen mensen het woord democratie in de mond, alsof het een heilig begrip is. We spreken de rest van de wereld er met regelmaat op aan, halen de geweren uit de kast als we vinden dat ergens op de wereld de democratische beginselen onvoldoende worden gerespecteerd.

Democratie is een samentrekking van de Griekse woorden demos (volk) en kratein (heersen), volksheerschappij dus. De geschiedenis van de democratie gaat terug naar de Griekse Oudheid, de 6e tot 4e eeuw voor Christus. We zien tegenwoordig vele verschijningsvormen, bijvoorbeeld de directe democratieën, waarbij de kiezers direct stemmen over wetten en de parlementaire democratie zoals wij die hebben. Wij kiezen 150 leden van de Tweede Kamer. Ofschoon dit orgaan wordt gezien als de hoogste macht, is het niet onze regering. Dat zijn de ministers en staatssecretarissen. Die kiezen we niet, die hoeven zelfs niet te worden gekozen uit de leden van het parlement. Hetzelfde geldt voor onze Eerste Kamer, die de wetten op kwaliteit controleert. De Eerste Kamer bestaat uit 75 leden die weer voortkomen uit de gekozenen voor de Provinciale Staten. Die verkiezingen vallen niet samen met de verkiezingen voor de Tweede Kamer. Een getrapt en daarmee ingewikkeld systeem. De voorzitters van de beide Kamers kiezen we ook niet, dan doen de leden zelf, de benoeming van de minister-president regelen ze ook zelf. We kiezen dus geen regering, maar Kamerleden.

Onze democratie heeft zich in de loop der jaren ontwikkeld. Ik wil Montesquieu hier noemen. Hij was de bedenker van de scheiding der machten, die hij beschreef in zijn bekende werk De l’Esprit des Lois. Een reactie op het absolutisme van de Franse koningen. Hij bedacht dat de staatsinrichting moest bestaan uit drie machten (trias politica) bestaande uit de wetgevende macht, de uitvoerende macht en de rechterlijke macht. Deze machten moesten elkaar in evenwicht houden om te voorkomen dat één macht de boventoon zou voeren. Voor dat noodzakelijke evenwicht achtte hij een sterke bovenklasse noodzakelijk. Wij gaan nu de wetgevende macht kiezen, de andere twee machten worden in ons systeem feitelijk door de wetgevende macht benoemd. En daar verlaten we het ideaalbeeld van Montesquieu. Een sterke bovenklasse missen we ook, waardoor de wetgevende macht het voor het zeggen heeft. Verschillende filosofen hebben gewaarschuwd voor de macht van de meerderheid waardoor minderheden in de verdrukking komen. Zie daar de Toeslagenaffaire en de Coronamaatregelen.

Mark Rutte noemt zichzelf een liberaal, is politiek leider van de partij die het meeste op heeft met het liberalisme. Montesquieu was ook een liberaal. Ze zouden nog eens een goed gesprek met elkaar moeten hebben. In het land van Montesquieu, Frankrijk, gaat het regelmatig mis met de democratie. Een recent dieptepunt is de veroordeling van de voormalige president Sarkozy, die het volk dat hem gekozen had besodemieterd heeft. Zover gaat het bij ons gelukkig niet, maar ons recente dieptepunt in het falen van de trias politica is wel de avondklok. Een verloren rechtszaak noopte de regering tot een spoedappel en toen dat niet naar behoren verliep, werd in sneltreinvaart een noodwet door de Kamers geloodst. Wat zouden de slachtoffers van de Toeslagenaffaire en van de gaswinning in Groningen hiervan vinden? Zij moeten het doen met beloftes die steeds maar worden uitgesteld.

Gert-Jan Segers van de ChristenUnie is de enige lijsttrekker die vraagt om herijking van de democratische beginselen die wij nu hanteren. Hij vraagt tot vervelens toe om visie. Hij spreekt over een situatie van incidentenmanagement waarin wij ons al jaren bevinden. Wat hij in feite vraagt is leiderschap. Van een leider mag worden verwacht dat hij een visie heeft over de koers van de samenleving, dat hij die overbrengt naar de kiezers en hieraan uitvoering geeft nadat hij mandaat van de kiezers heeft gekregen. We kunnen flauw doen en vragen naar de visie van Segers. Ofschoon hij die vraag goed kan beantwoorden, zou de erkenning van het door hem gesignaleerde probleem ons aan het begin van een belangrijke verandering brengen.

Onze wetboeken staan vol met regels, die wij allen geacht worden te kennen. Zelfs de slimste jurist zal hierin falen. Incidentenmanagement leidt tot steeds meer regels. De samenhang is zoek. De uitvoerende macht en rechterlijke macht zien zich voor onmogelijkheden gesteld. Dat wordt dan weer “opgelost” door de ene reorganisatie op de andere te stapelen, topmensen te vervangen en bewindslieden weg te sturen. Het helpt niet.

De hoop op verbetering is gering. Hoe we ook stemmen, we zullen verder gaan op de ingeslagen weg. Het volk zal zich gaan roeren, dat zien we nu al geregeld. Denk aan de relschoppers rond de avondklok, de boeren, de horeca-exploitanten. De minderheden die zich verdrukt voelen. Wat zou ik het mooi vinden als we een coalitie krijgen die zich eerst eens honderd dagen terugtrekt om de tekening van het toekomstige Nederland te maken. Dat betekent ook honderd dagen geen nieuwe wetten. Wat zou ik het mooi vinden als we zouden afspreken dat voor elke nieuwe wet er twee moeten worden afgeschaft. Wat zou ik het mooi vinden als we de uitvoerende en rechterlijke macht volledig onafhankelijk zouden maken van de wetgevende macht, met een door ons gekozen leiding. Wat zou het mooi zijn als ambtenaren weer zelfstandige professionals worden, die vanuit rechtvaardigheid en deskundigheid wetten uitvoeren. Wat zou het mooi zijn als rechters weer voor vol worden aangezien en wetten slechts de kaders vormen waarbinnen zij hun werk kunnen doen. Dan gaan we terug naar wat Montesquieu bedoelde: vrijheid en gelijkheid in een gezonde balans. Ik droom verder….

Geef een antwoord